[cml_media_alt id='710']sarahh[/cml_media_alt]Evolutionair Antropoloog Sarah Hrdy heeft verschillende belangrijke bijdragen aan de evolutionaire psychologie en sociobiologie geleverd. Ze is gekozen als één van de 21 ‘Leaders in Animal Behavior’. Sarah schreef onder andere de boeken The Langurs of Abu: Female and Male Strategies of Reproduction; The Woman that Never Evolved, Mother Nature: A history of mothers, infants and natural selection en Mothers and Others: The evolutionary origins of mutual understanding. Met dit laatste boek won zij in 2012 de J.l. Stanley Prize van the School of Advanced Research én een tweede Howells Prize. Sarah is professor Emerita aan de University of California-Davis, Associate in het Peabody Museum of Archeology and Ethnology (Harvard) en A.D. White Professor-At-Large aan Cornell University.

Ik sprak met Sarah over kinderopvang, verbondenheid met anderen en het belang van empathie.

U stelt dat er een groot verschil is tussen de sociaal-emotionele ontwikkeling van mensen en die van andere apen, zoals chimpansees en orang-oetans. Apen hebben ook de capaciteiten om zich sociaal-emotioneel te ontwikkelen, maar mensen zijn hier beter in. Hoe denkt u over de staat van de sociaal-emotionele ontwikkeling en de zorg voor elkaar in onze maatschappij? Maken mensen ten volle gebruik van hun ‘talent’ om hun empatisch vermogen te ontwikkelen en te gebruiken?

Dit hangt af van welke mensen, hun opvoeding en in welke maatschappij zij leven. Westerse maatschappijen hebben de neiging om individualisme en onafhankelijkheid belangrijker te vinden dan de meer traditionele maatschappijen. Desondanks is er een groeiend besef dat kinderen die opgroeien tussen mensen die oog hebben voor hun emotionele en fysieke behoeftes een beter ontwikkeld empatisch vermogen hebben dan kinderen die verwaarloosd worden. Dit zal niet als een verrassing komen voor de makers van Stars of Empathy! Dit strookt met recent Amerikaans onderzoek dat suggereert dat Amerikanen in lagere sociaal-economische posities de neiging hebben om verbondenheid met anderen hoger te waarderen en vaak meer empathie naar anderen tonen. Op basis van enkele cross-culturele onderzoeken vraag ik mij af of wederzijdse afhankelijkheid en het verbonden voelen met anderen belangrijker is dan de nadruk die sommige westerse psychologen leggen op de verbale responsiviteit van verzorgers. Dit is slechts een gok.

Na afloop van het spelen van ‘Stars of Empathy’ vertelden sommige kinderen dat het de eerste keer was dat iemand hen vroeg hoe zij zich voelen. De meeste kinderen wonen met hun ouders, broers en zussen. De ‘(allo)parents’* zijn dus aanwezig, maar tegelijkertijd is het alsof zij niet echt contact hebben met hun kinderen. Hoe denkt u hierover? Is dit een gevolg van onze individuele, ik-gerichte manier van denken en leven in de westerse samenleving?

In de Verenigde Staten is er op zijn minst een traditie van nadruk op ‘het individu’: onze carrières, sociale status, ‘identiteiten’, onze aanwezigheid op Facebook. Wat we vergeten zijn is dat we afstammen van een soort apen die opgroeiden met een sterk gevoel van  afhankelijkheid van- en verbondenheid met anderen in hun gemeenschappen. Daarnaast zijn deze culturele idealen nog meer onder druk komen te staan door nieuwe technologieën. Overal om mij heen zie ik drukke ouders die meer bezig zijn met hun mobiele telefoons dan met hun kinderen. Zelfs jonge kinderen gaan volkomen op in hun iPads en videospellen. Afgesloten van de sociale en natuurlijke wereld om hen heen. Dit baart me zorgen.

*In de biologie, sociologie en biologische antropologie is ‘alloparenting’ een systeem van opvoeden waarbij individuen anders dan de ouders opvoedkundige taken vervullen. Dit kunnen tantes, ooms, broers, zussen, buren etc. zijn.